Jan Van Beers (poeta)

De Wikipedia, la enciclopedia libre
Saltar a: navegación, búsqueda
Jan Van Beers, 1887

Jan Van Beers (Amberes, 22 de febrero de 1821- ibídem, 14 de noviembre de 1888) fue un poeta flamenco padre del pintor Jan Van Beers y abuelo del teórico político Henri de Man.

Trabajó como profesor de neerlandés en colegios de Malinas, Lier y en el Athenaeum (instituto) de Amberes.

Escribió además una gramática neerlandesa en 1852 y estuvo relacionado con el resurgimiento de movimiento flamenco.

Bibliografía[editar]

  • 1846 : Graef Jan van Chimay, eene geschiedenis uit de XVe eeuw
  • 1849 : Frans de Hakkelaar
  • 1851 : Bij den dood van Hare Majesteit de Koningin
  • 1853 : Jongelingsdroomen
  • 1854 : De Blinde
  • 1855 : Blik door een Venster
  • 1855 : Zijn Zwanenzang
  • 1856 : Lijkkrans voor Tollens
  • 1857 : Bij de 25e verjaring van 's Konings inhuldiging
  • 1858 : Levensbeelden
  • 1859 : De Stoomwagen
  • 1859 : Martha de Zinnelooze
  • 1860 : Jacob van Maerlant
  • 1869 : Gevoel en leven
  • 1879 : Jan van Beers' gedichten, volksuitgave
  • 1883 : Een Droom van 't Paradijs
  • 1884 : Rijzende blaren, Poëzie, met penteekeningen van Jan van Beers zoon,
  • 1884 : Jan van Beers' gedichten, volksuitgave
  • 1885 : De oorlog, in de orkestpartituur van Peter Benoit
  • 1885 : Feestzang bij het openen der Wereld-tentoonstelling

Referencias[editar]